23a. Vrl. aartje met 3 kafjes en één eindstandig vruchtbeginsel met een
lange stijl met 3 takken. Daarnaast mnl. aartjes met 2 mnl. bloemen
ieder met 3 meeldraden. Aartjes vereenigd tot groote gesteelde,
bolvormige hoofdjes, die hetzij alleen, hetzij in paren of 3-4,
in den oksel van de stengelbladeren staan. Bladeren lang, smal
Diplacrum.
23b. Aartjes met 1 eindelingsche vrl. bloem met 2 kafjes en daaronder
2-4 mannelijke bloemen. Vruchtbeginsel met een korte stijl met
2 takken; mnl. bloemen ieder met 1 meeldraad. Aartjes in zeer
kleine gesteelde of ongesteelde hoofdjes, waarvan er talrijke een
samengestelde bloeiwijze in den oksel van de bladeren vormen.
Calyptrocarya.
24a. Eén of meerdere dichtgedrongen zittende hoofdjes aan het eind van
den stengel, direct daaronder 3 groote breede bladeren. Vrl. bloem met
een lange stijl met 3 takken, mnl. bloemen 3, ieder met 1 meeldraad,
schijnbaar een tweeslachtige bloem vormend met het vruchtbeginsel
Mapania.
24b. Meerdere hoofdjes aan het eind van den stengel en niet met breede
bladeren daaronder, of een vertakte bloeiwijze. Stijltakken 2 25
25a. Aartjes bestaande uit 3 bloemen, waarvan de middelste alleen
uit een vruchtbeginsel bestaat, daaromheen 2-4 mnl. bloemen ieder
met 1 meeldraad. De aartjes vormen samen aren, die niet meer dan 5
m.M. lang zijn, deze komen in eenige zittende hoofdjes aan het eind
van den stengel samen, of vormen een sterker vertakte bloeiwijze
Hypolytrum.
25b. Aartjes bestaande uit 6-9 éénslachtige bloemen, waarvan de
middelste (eigenlijk bovenste) uit een vruchtbeginsel bestaat,
de andere 5-8 mannelijk zijn en ieder één meeldraad hebben. De
aartjes vereenigen zich tot 3 c.M. lange cylindrische aren, die
langgesteeld zijn en te samen een min of meer schermvormige bloeiwijze
vormen. Groote krachtige plant met vrij breede scherpe bladeren
Diplasia.