Bloemen steeds éénslachtig, met kelk en bloemkroon, of met een kelk
alleen of naakt; meeldraden evenveel als kelkbladeren of evenveel
of dubbel zooveel, of talrijke of weinige tot 1; vruchtbeginsel
3-hokkig, zelden 2-, 4- of meerhokkig; vrucht meest zich splitsend in
3 deelvruchten, met 1 of 2 zaden; zelden een bes of een steenvrucht;
kruiden of houtige planten, meest met verspreide bladeren, vaak met
steunbladeren, en melksap.
1a. Bloemen tweehuizig, dus de mnl. en de vrl. bloemen op verschillende
planten 2
1b. Bloemen éénhuizig, dus de mnl. en de vrl. bloemen op denzelfden
plant, vaak zelfs in dezelfde bloeiwijze 15