67. Loranthaceae.

Bloemen met een bloemdek, meest regelmatig, tweeslachtig of

eenslachtig, 2- tot 3-tallig; bloeias min of meer bekervormig, geheel

met het vruchtbeginsel vergroeid, niet zelden rondom de basis van het

bloemdek nog als een gekartelde rand voorhanden, die dan schijnbaar een

kelk is; bloemdekbladeren 4-6, groen of gekleurd; meeldraden evenveel

en er tegenoverstaand; vruchtbeginsel maar één zaad ontwikkelend;

vrucht een schijnvrucht met meest kleverige buitenlaag; parasieten

met groene bladeren.

1a. Bloemen met een zeer kort bloemdek, in aren gezeten, geheel

ongesteeld, meest zelfs een weinig in holten van de aar ingebed 2

1b. Bloemen met een langer of korter bloemdek, niet in aren gezeten,

of indien ze in aren zitten, dan duidelijk gesteeld, en bloemen in

groepen van 3 bij elkaar 3

2a. Bloemen éénslachtig, zonder schijnkelk, in regelmatige groepen van

mnl. of vrl. bloemen over de aar verdeeld; tusschen de groepen draagt

de as schubben. Bloemdek meest 3-deelig, dik en leerachtig. Bladen

min of meer parallelnervig. Bes in de as ingezonken Phoradendron.

2b. Bloemen 2-slachtig, met een zeer kleine schijnkelk, regelmatig

over de aar verdeeld, niet in groepen zittend. Bloemdek 6-deelig. Bes

niet in de as van de aar ingezonken. Bladeren min of meer duidelijk

vinnervig Oryctanthus.

3a. Bloemen met een zeer lang (tot 10 c.M.) helder gekleurd bloemdek

uit 6 slippen bestaand, tweeslachtig, in groepen van 3 gezeten in

samengestelde bloeiwijzen, iedere bloem met een duidelijke schijnkelk

en deze aan den voet omgeven door een bekervormig schutblad. Helmdraden

dun, draadvormig, met bewegelijke helmknop. Bladeren groot. Groote

planten Psittacanthus.

3b. Bloemen met een klein, hoogstens 1 c.M. lang bloemdek. Bloemen

1-slachtig 4

4a. Bloeiwijzen slechts weinig vertakt. Bloemdekbladeren klein

en smal, afwisselend grooter en kleiner. Helmdraden draadvormig;

afwisselend korter en langer, met ovale helmknoppen, bijna geheel

vrij van het bloemdek Strutanthus.

4b. Bloeiwijze meest meermalen vertakt. Bloembladeren dik en ±

vleezig. Helmdraden ongelijk van grootte, dikvleezig, boven de helmknop

uitstekend, bijna geheel met het bloemdek vergroeid. Helmknoppen

afwisselend ongelijk van vorm, tegen elkaar aangedrukt in de knop en

daardoor de 3 lange met groote holten opzij Phthirusa.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 372 / 793 题