VII. SALVINIACEAE.

Horizontaal op het water drijvende, kleine planten; sori min of meer

bolvormig, geheel gesloten, in het water hangend; twee soorten ervan

aanwezig, de eene met sporangiën die slechts één groote spore dragen;

de andere met sporangiën die meerdere kleine sporen inhouden.

1a. Blaadjes ongeveer een centimeter groot of grooter, niet dicht

opeenzittend, de drijvende tegenoverstaand, de in het water naar

beneden hangende zeer fijn verdeeld en op wortels gelijkende. Deze

dragen de beide soorten van sporangiën Salvinia.

1b. Blaadjes in twee rijen, dicht op elkaar zittend, weinig grooter

dan 1 m.m., niet tegenoverstaand, in twee lobben gedeeld, waarvan de

bovenste lobben drijven, de onderste in het water hangen en de beide

soorten van sporangiën dragen Azolla.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 242 / 793 题