12b. Schijf onder het vruchtbeginsel aanwezig, meest de basis van
het vruchtbeginsel als een ring of een beker omgevend 14
13a. Helmknoppen en meest ook de bladeren geheel kaal. Kelk klokvormig
met 5 zeer kleine tanden. Bloemkroon wit met rose of paars, met
breede slippen Cydista.
13b. Helmknoppen, en meest ook de helmdraden en de bladeren
behaard. Kelk als de vorige. Bloemkroon wit met geel Lundia.
14a. Bloemen met een zeer wijde en groote (tot 4 c.M. lange) kelk
met een ongelijke eenigszins tweelobbige zoom. Bloemkroon zeer groot,
geel met roode streepen. Blaadjes groot en breed Callichlamys.