7a. De 6 kelkbladeren gelijk van grootte. Zes of minder staminodiën,
draadvormig, vrij van elkaar. Drie vrije vruchtbeginsels met
enkelvoudige of tweespletige zittende stempels Abuta.
7b. Kelkbladeren 9, de drie binnenste veel grooter. Vruchtbeginsels
6-12, aan den basis vergroeid, aangedrukt behaard, met een zittende,
haakvormig gebogen stempel Sciadotaenia.
8a. Kelkbladeren 6, de 3 binnenste grooter. Bloembladeren 6, dik
en vleezig. Staminodiën 6, draadvormig. Vruchtbeginsels 3, vrij,
met zittende en eenigszins bladvormige stempels Anomospermum.
8b. Kelkbladeren 6, met de bloemsteelblaadjes mee schijnbaar 9, de
binnenste het grootst. Bloembladeren 6, veel kleiner. Staminodiën 6,
kort en draadvormig. Vruchtbeginsels 3, vrij; bloemen in groepen aan
het eind van den bloeistengel Hyperbaena.
9a. Vrucht met den rest van den stijl of stempel op den top. Kiemwit
geplooid Anomospermum.
9b. Vruchten aan de eene zijde plat, met den rest van stijl of stempel
bij de basis gezeten 10
10a. Vruchten geheel alleenstaand aan het eind van de bloemsteel,
zonder sporen van aanwezigheid van andere Cissampelos.
10b. Vruchten 3-12 bij elkaar, of indien ze alleen staan, dan toch
aanwijzingen, dat er meerdere aanwezig zijn geweest of niet tot
ontwikkeling zijn gekomen 11