19. Gramina.

Bloemen 2-slachtig, zelden mannelijk of vrouwelijk, zonder

bloembekleedselen; meeldraden meest 3, zelden 1, 2, 6 of vele,

vruchtbeginsel met één zaadknop; stempels 2 of 3, of 1; vrucht een

caryopsis, zelden een noot of een bes; meest kruiden, zelden houtige

planten met knoopen (halmen) en afwisselende smalle bladeren met een

ligula. Bloemen alleenstaand of in groepen (aartjes of bloempakjes);

elke bloem in den oksel van een dekblad (onderste kroonkafje), meest

ook nog met een tegenover het dekblad staand bloemsteelblaadje

(bovenste kroonkafje), soms nog met een daarboven staand derde

kroonkafje of met meerdere kroonkafjes; de aartjes of de aparte

bloemen meest aan de basis met 2 leege kafjes (kelkkafjes) in pluimen

of aarvormige bloeiwijzen.

N.B. In de meerderheid van de gevallen is het zeer moeilijk uit

te maken wat kelkkafjes en wat kroonkafjes zijn, omdat het aantal

kroonkafjes vaak wisselt. In al die gevallen wordt in de tabel

gesproken over slechts één kroonkafje, waarmee bedoeld is het kafje

dat direct onder de bloem is gezeten; alle andere, lager gezeten

kafjes zijn dan kelkkafjes genoemd.

1a. Bladeren langgesteeld met een opvallend breede bladschijf;

bloeiwijze een pluim met lange takken; aartjes éénslachtig in paren

gezeten; het eene aartje zittend met een vrl., het andere gesteeld

met een mnl. bloem Pharus.

1b. Bladeren niet langgesteeld d. i. bladschijf onmiddellijk boven

de bladscheede ingehecht of met een zeer kort steeltje ermee verbonden

2

2a. Bloemen met meer dan 6, meest vele meeldraden, in onvertakte

aren; aartjes groepsgewijs bijeenstaand, meest een aantal aartjes

met mnl. bloemen staande om 1 of 2 met vrl. bloemen; bladeren breed,

scheede aan den mond vaak met lange haren bezet

Pariana. Asmatoe pimpin.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 258 / 793 题