Bloemen 2-slachtig, zelden mannelijk of vrouwelijk, zonder
bloembekleedselen; meeldraden meest 3, zelden 1, 2, 6 of vele,
vruchtbeginsel met één zaadknop; stempels 2 of 3, of 1; vrucht een
caryopsis, zelden een noot of een bes; meest kruiden, zelden houtige
planten met knoopen (halmen) en afwisselende smalle bladeren met een
ligula. Bloemen alleenstaand of in groepen (aartjes of bloempakjes);
elke bloem in den oksel van een dekblad (onderste kroonkafje), meest
ook nog met een tegenover het dekblad staand bloemsteelblaadje
(bovenste kroonkafje), soms nog met een daarboven staand derde
kroonkafje of met meerdere kroonkafjes; de aartjes of de aparte
bloemen meest aan de basis met 2 leege kafjes (kelkkafjes) in pluimen
of aarvormige bloeiwijzen.
N.B. In de meerderheid van de gevallen is het zeer moeilijk uit
te maken wat kelkkafjes en wat kroonkafjes zijn, omdat het aantal
kroonkafjes vaak wisselt. In al die gevallen wordt in de tabel
gesproken over slechts één kroonkafje, waarmee bedoeld is het kafje
dat direct onder de bloem is gezeten; alle andere, lager gezeten
kafjes zijn dan kelkkafjes genoemd.
1a. Bladeren langgesteeld met een opvallend breede bladschijf;
bloeiwijze een pluim met lange takken; aartjes éénslachtig in paren
gezeten; het eene aartje zittend met een vrl., het andere gesteeld
met een mnl. bloem Pharus.
1b. Bladeren niet langgesteeld d. i. bladschijf onmiddellijk boven
de bladscheede ingehecht of met een zeer kort steeltje ermee verbonden
2
2a. Bloemen met meer dan 6, meest vele meeldraden, in onvertakte
aren; aartjes groepsgewijs bijeenstaand, meest een aantal aartjes
met mnl. bloemen staande om 1 of 2 met vrl. bloemen; bladeren breed,
scheede aan den mond vaak met lange haren bezet
Pariana. Asmatoe pimpin.