8b. Helmhokjes niet door een breed helmbindsel gescheiden 9

9a. De helmdraden van alle 4 de meeldraden zijn in de bloemkroonbuis

ingehecht. Waterplanten met okselstandige bloemen; bladeren klein,

met breede voet zittend Conobea.

9b. Twee van de 4 helmdraden in den mond van de bloemkroon ingehecht,

de beide andere in de buis. Meeldraden vaak met aanhangselen aan de

basis. Helmknoppen van elk paar meeldraden wat samenhangend. Kleine

kruidachtige planten Lindernia.

10a. Kelk buisvormig, min of meer gevleugeld; bloemkroon naar boven

geleidelijk wijder wordend. Helmknoppen van elk paar meeldraden

samenhangend; een paar van de helmdraden in de mond van de bloemkroon

ingehecht; de 2 lange helmdraden aan de inhechtingsplaats met een

aanhangsel. Kruiden met langgesteelde okselstandige bloemen Torenia.

10b. Kelk niet gevleugeld en niet buisvormig. Helmdraden zonder

aanhangselen aan den voet 11

11a. Kelk 5-deelig, de achterste slip grooter. Twee meeldraden met

stuifmeel; de beide andere tot staminodiën vervormd. Rechtopstaande

soms een weinig heesterachtige planten met behaarde kleine bladeren

en bloemen in de bladoksels Beyrichia. (Achetaria).

11b. Kelk bijna 5-bladig; de achterste slip veel grooter dan de andere,

de 2 zijdelingsche meest veel smaller dan de rest. Bloemkroon met

vlakke 2-lippige zoom. Bovenlip ingesneden of 2-lobbig; onderlip

3-lobbig. Meeldraden 4 of 5. Land- of waterplanten, in het laatste

geval met lange smalle bladeren Bacopa.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 705 / 793 题