159. Hippocrateaceae.

Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het

vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel

3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde

vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of

verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.

1a. Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden,

die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele

insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder

hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat

de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren

tegenoverstaand Hippocratea.

1b. Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet

gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1-3-hokkige,

niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselend Salacia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 540 / 793 题