157. Aquifoliaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig,

tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar

en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren,

vergroeid; vruchtbeginsel 4-6-hokkig met 1-2 zaadknoppen in ieder

hokje; steenvrucht met 4-6 pitten; houtige planten met meest

verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of

zonder steunbladeren.

Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon

4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan

de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer

korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladeren

Ilex.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 538 / 793 题