25a. Bloembodem kegelvormig. Alle bloemen fertiel, die van de buitenste
rij lintvormig, de binnenste buisvormig, geel of wit; vruchten van
de lintbloemen meest 3-hoekig, die van de buisbloemen plat, met 2
spoedig afvallende stekels. Bladeren enkelvoudig Spilanthes.
25b. Bloembodem vlak. Alle bloemen fertiel; de vruchten gelijk van
vorm, een weinig vierkant met 2 tot 4 blijvende stekels aan den top,
die met weerhaken bezet zijn. Bladeren meest samengesteld. Bloemen geel
Bidens.
26a. Vruchtpluis uit lange haren bestaand, hoofdjes met vele bloemen,
alle vruchtbaar, de buitenste klein, lintvormig, de binnenste
buisvormig. Omwindselblaadjes in weinig rijen. Hoofdjes gesteeld,
in trossen of pluimen Erigeron.
26b. Vruchtpluis bestaande uit kleine stekeltjes of uit schubben of uit
een krans van vergroeide korte haartjes, die kleiner zijn dan de vrucht
27
27a. Bloemen geel; hoofdjes 6-12-bloemig, kortgesteeld, de lintbloemen
onvruchtbaar, de buisbloemen fertiel. Omwindsel uit 5 blaadjes
bestaand. Bloembodem met samengevouwen strooschubben. Kruidachtige
plant met tegenoverstaande gesteelde bladeren. Vruchtpluis klein,
eenigszins bekervormig vergroeid Eleutheranthera.
27b. Bloemen geel of oranje; hoofdjes veelbloemig, langgesteeld;
omwindsel uit meerdere sterk vergroeide blaadjes bestaande. Planten
met tegenoverstaande vindeelige bladeren. Vruchtpluis bestaande uit
5-6 ongelijke schubben Tagetes. Afrikanen.