66a. Rechtopstaande of klimmende kruiden 67

66b. Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet

openspringende peulen 70

67a. Bladeren 2-3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan

de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemen Clitoria.

67b. Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar

dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen 68

68a. Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den

stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot

een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijna rolrond,

tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in

de bladoksels Chaetocalyx.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 468 / 793 题