66b. Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet
openspringende peulen 70
67a. Bladeren 2-3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan
de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemen Clitoria.
67b. Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar
dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen 68
68a. Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den
stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot
een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijna rolrond,
tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in
de bladoksels Chaetocalyx.