248. Asclepiadaceae.

Bloemen 5-tallig, sympetaal, tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren

slechts weinig vergroeid; kroonslippen in de knop gedraaid, zelden met

de randen tegen elkaar liggend, vaak met aanhangselen, die een bijkroon

(corona) vormen; meeldraden vrij of vaker aan de basis vergroeid, vaak

met aanhangselen die eveneens een bijkroon vormen; stuifmeel meest

tot klompjes vereenigd, deze laatste door hoornachtige lichaampjes

(translatoren) met den stempelkop verbonden; vruchtbeginsels 2,

gescheiden, alleen boven door den stempel verbonden, met vele

zaadknoppen; vrucht een dubbele kokervrucht, zaden met een haarkuif;

overblijvende kruiden of heesterachtige planten, vaak windend; bladeren

tegenoverstaand of in kransen; zelden verspreid zonder steunbladeren;

melksap aanwezig.

1a. Planten kruidachtig of slechts weinig heesterachtig, niet klimmend

2

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 677 / 793 题