140. Meliaceae.

Bloemen 5-, zelden 4-7-tallig, meest met tweemaal zooveel meeldraden

als bloembladeren, soms evenveel meeldraden; meest tweeslachtig en

regelmatig; bloeias plat of tot een verschillend gevormde schijf

uitgegroeid; kelk vaak vergroeidbladig, soms ook de bloembladeren;

meeldraden meest tot een buis vergroeid; vruchtbeginsel meest met

evenveel hokjes als er bloembladeren zijn, soms minder, met 1 stijl,

en 1-2, zelden 4 tot vele zaadknoppen; vrucht zeer verschillend van

vorm; boomen of heesters met gevinde bladeren zonder steunbladeren.

1a. Bladeren dubbelgevind. Bloemen in pluimen; kelk 5-6-deelig,

bloembladeren 5-6, veel langer dan de kelk. Meeldraden alle in een

lange buis vergroeid, die aan den mond 10-12 spitse tanden draagt,

waartusschen de helmknoppen ingehecht zijn Melia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 489 / 793 题