3b. Bracteeën blijvend na den bloei 4

4a. Bracteeën breed, meest elkaar dakpansgewijs bedekkend, bloeiwijze

kort, hoofdas onvertakt, 2 of meer paar bloemen in den oksel van een

bractee. Buitenstaminodiën 2. Bladeren homotroop. Myrosma.

4b. Bracteeën zeer lang en smal, buisvormig in elkaar gerold,

een lange, dunne cylindrische vertakte of onvertakte bloeiwijze

vormend. Steeds slechts 1 buitenstaminodium in de bloem 5

5a. Bloeiwijze onvertakt, slechts één dunne cylindrische aar

vormend. In den oksel van elke bractee zitten de bloemen in paren

Ischnosiphon. Warimbo.

5b. Bloeiwijze sterk vertakt, min of meer pluimvormig. Bloemen

alleenstaand in den oksel der bracteeën Monotagma.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 331 / 793 题