4a. Bracteeën breed, meest elkaar dakpansgewijs bedekkend, bloeiwijze
kort, hoofdas onvertakt, 2 of meer paar bloemen in den oksel van een
bractee. Buitenstaminodiën 2. Bladeren homotroop. Myrosma.
4b. Bracteeën zeer lang en smal, buisvormig in elkaar gerold,
een lange, dunne cylindrische vertakte of onvertakte bloeiwijze
vormend. Steeds slechts 1 buitenstaminodium in de bloem 5
5a. Bloeiwijze onvertakt, slechts één dunne cylindrische aar
vormend. In den oksel van elke bractee zitten de bloemen in paren
Ischnosiphon. Warimbo.
5b. Bloeiwijze sterk vertakt, min of meer pluimvormig. Bloemen
alleenstaand in den oksel der bracteeën Monotagma.