280. Compositae.

Bloemen 5-tallig, tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig of zygomorf;

kelkbladeren zelden duidelijk ontwikkeld, meest in de plaats

ervan haren of schubben, die een z.g. haarpluis vormen; bloemkroon

vergroeidbladig, regelmatig of zygomorf, 2-lippig of lintvormig;

meeldraden in de bloemkroonbuis vastgehecht; de helmdraden meest vrij,

de helmknoppen samenhangend; vruchtbeginsel onderstandig, 1-hokkig

met 1 zaadknop en 1 stijl met een zeer verschillend gevormde stempel;

vrucht niet openspringend; kruiden of heesters, zelden boomen met

verspreide, of tegenoverstaande bladeren, en met bloemen, die in

hoofdjes of verkorte aren staan; de hoofdjes met een omwindsel van

schutbladeren omgeven; melksap vaak aanwezig.

1a. Bloemkroon van alle bloemen buisvormig, soms ongelijk van vorm

(lange en korte buizen) 2

1b. Bloemkroon van de middelste bloemen van het hoofdje buisvormig,

van de randbloemen lintvormig, soms zeer klein en weinig opvallend 21

2a. Vruchtpluis aanwezig, soms reeds aan de vrucht afgevallen, maar dan

onder de bloem zichtbaar (Pacourina, Elephanthopus) soms zeer klein,

bekervormig, of slechts uit weinig (tot 2) stekels bestaande 3

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 770 / 793 题