139. Burseraceae.

Bloemen 5- of 4-tallig, met 5 of 10 meeldraden, zelden tweeslachtig,

meest éénslachtig, regelmatig; schijf aanwezig; vruchtbeginsel

5-3-hokkig met 2 of 1 zaadknop in ieder hokje; stijl 1; steenvrucht

met 2-5 pitten of een doosvrucht; houtige planten met verspreide

drietallige of onevengevinde, zelden enkelvoudige bladeren en kleine

bloemen.

1a. Bloemen 3-tallig. Kelk vergroeidbladig met 3 slippen. Bloemkroon

klokvormig met 3 spitse slippen. Meeldraden 6, aan de basis van

een dikke 6-tandige schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 3-hokkig met

korte stijl. Bloemen meest polygaam, d. w. z. in de mnl. bloemen

is het vruchtbeginsel minder goed ontwikkeld, in de vrl. hebben de

helmknoppen geen stuifmeel Trattinickia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 487 / 793 题