16a. Kelk klokvormig, leerachtig, bijna ongetand, van buiten kort
behaard. Bloemkroonbuis van onderen nauw, naar boven klokvormig
verwijd. Vruchtbeginsel knobbelig. Takken kantig met lichtere verdikte
overlangsche streepen. Vrucht breed, met stekels op de gewelfde
kleppen. Bladeren dun, met eenigszins hartvormige voet. Bloemen wit
of geel Pithecoctenium. Keesi-keesi-kam.
16b. Kelk klokvormig, met rechte rand, later een weinig ingescheurd,
leerachtig. Bloemkroon leerachtig. Takken niet kantig en niet
gestreept. Doosvrucht glad Distictis.
17a. Het onderste deel van de bloemkroonbuis is eenigszins zakvormig
verwijd met een stompe knobbel aan de voorkant. Kelk leerachtig,
scheef, onregelmatig ingesneden. Bloemen in eindelingsche pluimen,
rose tot paars, van buiten behaard. Vrucht zeer lang Paragonia.
17b. Bloemkroon van onderen niet zakvormig verwijd, zonder knobbel
aan één kant 18
18a. Ranken aan den top met 3 takken. Bloemen in zeer wijde en ijle
bloeiwijzen. Kelk 2-lippig en onregelmatig 4-5-spletig. Benedendeel
van de bloemkroonbuis lang en dun; bloemen wit met lila. Vrucht zeer
lang en smal Martinella.