27a. Alleen de bovenste segmenten van het harde, leerachtige,
gevinde of vindeelige blad met sporangiën op de onderkant. Groote
planten. Aderen met elkaar verbonden Acrostichum.
27b. Bladeren geheel aan de onderzijde met sporangiën bedekt. Aderen
niet met elkaar verbonden. Fertiele bladeren veel grooter en breeder
dan de steriele 28
28a. Bladeren eenmaal gevind. Zijaderen van af de hoofdnerf van het
segment dicht naast elkaar naar den rand loopend, geheel onvertakt
of slechts eenmaal vertakt Stenochlaena.
28b. Bladeren dubbel tot meermalen gevind; aderen meermalen vertakt,
maar niet met elkaar verbonden Polybotrya.
29a. Sori aan het eind van de aderen dicht bij de bladrand gezeten, in
het begin vrij van elkaar, later min of meer met elkaar samenvloeiend
en dan in een lijn langs de bladrand loopend. Bladeren dubbelvindeelig,
van onderen met schubben bezet Notolaena. (Notochlaena).
29b. Sori niet randstandig, rond of langwerpig. Bladeren enkel-
of meermalen gevind Dryopteris (Nephrodium).