2b. Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld 3

3a. Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van

het vruchtbeginsel of van de vrucht 4

3b. Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van

het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in 1-zadige stukken

uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de

bladoksels; bladeren vaak viltig behaard Sida.

4a. Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3-9

zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heesters Abutilon.

4b. Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling

door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft

verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden

bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend. Wissadula.

5a. Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige

bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren

bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeelig Gossypium. Katoen.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 558 / 793 题