48. Marantaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, tweeslachtig, onregelmatig; meeldraden

4-5, maar alleen één van de binnenste voor de helft fertiel, voor de

andere helft bloembladachtig verbreed; de beide andere binnenste en

1 of 2 van de buitenste meeldraden staminodiaal en bloembladachtig;

een er van kapvormig; vruchtbeginsel onderstandig, 3-hokkig, of

doordat 2 van de hokjes niet ontwikkeld zijn, éénhokkig; ieder hokje

met 1 zaadknop; stijl sterk gekromd met scheeve, vaak gelobde top;

overblijvende kruiden met 2-rijige, vinnervige, meest ongelijkzijdige

bladeren, met een aanzwelling aan den top van de bladsteel.

1a. Bloemen in meest dichtgedrongen hoofdjes, soms een weinig

verder van elkaar, aan het eind van den steeds geheel onvertakten

bloeistengel staande; zeer zelden is de bloeistengel zoo kort dat

de bloemen tusschen de bladscheeden staan. Vruchtbeginsel 3-hokkig,

vrucht met 3 kleppen openspringend met 3 zaden Calathea.

1b. Vruchtbeginsel 1-hokkig, met maar 1 zaadknop; vrucht 1-zadig;

bloeiwijzen bijna steeds meermalen vertakt 2

2a. Bracteeën in 2 rijen langs den wijdvertakten, doch slechts weinig

bloemen dragende bloeistengel, meest spoedig afvallend. Twee groote

bladachtige staminodiën in den bloem. Bladeren homotroop.

Maranta. Arrow-root.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 329 / 793 题