Ferdinand Huyck
章节目录
共 51 段- "Gij weet, dat ik vroegere jaren eenigen tijd bij de familie
- Ik stapte dan, gelijk ik gezegd heb, vroolijk vooruit, met d
- "Jij, die van alle markten te huis bent en op zooveel zeeën
- Het was echter niet in het heerenhuis, dat ik, arme wandelaa
- "Wat zal men veel zeggen over een fontein?" zeide Mejuffrouw
- "Ik dank u, Mijnheer Huyck!" zeide zij, met nadruk mijn naam
- Het was op die hoogte ongeveer, dat de flauw gehoorde tonen
- "Uw Heer vader," zeide ik, "heeft mij zooeven het leven gere
- "Een jonge Juffer als zij zal toch niet onder de verdachte p
- "Hij?" zeide de Heer Bos: "gij verwart hem met zijn broeder,
- Terwijl ik met dit alles bezig was, had ik wel opgemerkt dat
- "Uitgewischt!" herhaalde ik: "en waarom dat? Zoo ik in den b
- Daar mijn moeder en zuster, gelijk ik reeds gezegd heb, voor
- "Ma foi!" hernam Heynsz, "indien zijn crediteuren hem laten
- Zoodanig althans was het oordeel, hetwelk mij de omgang met
- Allen waren dus recht vergenoegd en tevreden: en de vroolijk
- "Zijn zoon is een knap jong mensch! vol vernuft en geest; ma
- "Wel mogelijk!" hernam ik op een koelen toon: "maar dat zou
- "Hoe kunt gij mij dus kwellen en een ongunstige wending geve
- Op de beide eerste bevelen had de koetsier eenvoudig: "jawel
- "Integendeel, Sinjeur!" zeide Pulver: "want zonder die uitdr
- "Hoe maakt UEd. het toch, om zulke heerlijke doperwtjes te b
- Wij keerden tegen negen uren huiswaarts, waarna de vier geno
- Gij hebt voorwaar mooie stukjes uitgevoerd! daar zijn nu al
- "Spreek! opdat ik u kenne," zeide de oude Wijsgeer, en zoo b
- "Wij kunnen dien Heer toch niet op de trap laten staan", zei
- "Dan verstaan wij elkander volkomen.--Intusschen, wij scheid
- Daar zat ik vast. "Och! dat weet ik zelf niet," zeide ik: "d
- "Wel mogelijk! maar," beet ik hem in 't oor: "daar is zwaar
- "Mocht de drommel!" zeide Klaas, wiens zeemansrondheid deze
- "Ja, mij ook," zeide Henriëtte: "en wij zullen Mijnheer de v
- Ik nam dan ook nog dienzelfden middag de gelegenheid waar, d
- "Bij den Heer Blaek," antwoordde Reynhove: "ik heb zijn zoon
- "Over veertien dagen," zeide Reynhove: "zullen de blessen we
- "Met genoegen," zeide Lodewijk: "indien Huyck mij naar behoo
- "Wel!" zeide Velters: "UEd. weet dan, op welke lage wijze de
- Er zijn weinige ontmoetingen lastiger, dan die tusschen twee
- "En was deze de eenige reden zijner komst?" vroeg zij, het h
- "Wel neef! dat trof ongelukkig," zeide Tante, toen wij allee
- "Dan heeft zij plan om haar te bekeeren," zeide Suzanna: "an
- Ik boog en verliet het vertrek. De Heer Blaek volgde mij, en
- "Zij heeft gelijk, collega!" zeide mijn vader: "maar gij, Fe
- "O! wat de lading betreft," antwoordde Pulver: "die is groot
- "Wel ja! zeide Pulver: "reken daarop (zooals de schoolmeeste
- "En drink jelui waarachtig dat goed nou te Amsterdam?" vroeg
- "Ik ben geboren uit een adellijk geslacht van het Graafschap
- "Ik heb de eer het gezelschap nederig te groeten, zeide hij,
- "Niet in het minste," zeide Heynsz, zijn spijt vruchteloos z
- De maar van het gebeurde was ons reeds vooruitgeloopen en he
- "Welnu! Ik ben begonnen met aan hem en aan Heynsz het bevel
- "Heb ik u niet van het tegendeel verzekerd?" zeide Amelia, l