Hans de
章节目录
共 64 题- WINTERSPROOKJE IN VIJF TAFEREELEN VAN
- JOHAN FABRICIUS
- DRAMATIS PERSONÆ:
- EERSTE TAFEREEL
- SNUF. (Springt verlucht overeind.)
- SNUF. Praat me er niet van, meester! (Hij tast naar zijn fleschje.)
- HELLEWACHTER. Geduld. (Hij slaat het venstertje dicht.)
- SATAN. Laten we ons verbergen, Snuf! (Hij springt achter een boom weg.)
- SNUF. (Verbergt zich achter een anderen boom.)
- BOF. (Volgt met zijn oogen de richting, die Kerstmannetje aanduidt.)
- HET SCHERM VALT
- TWEEDE TAFEREEL
- SNUF. Hier! (Haalt een sleutel uit zijn zak.)
- SATAN. Juist. Kom mee. (Hij wil zich weer in de nis verbergen.)
- GAAIKE. (Leunt voorzichtig een weinig uit de nis.)
- HANS. (Zwijgt, wendt het hoofd af.)
- GAAIKE. Je wordt opeens zoo bleek! (Zelf is ze ook onrustig.)
- GAAIKE. Hans ....! (Het schreien komt haar nader dan het lachen.)
- GAAIKE. (Bukt beschaamd het hoofd.)
- SNUF. (Springt in de nis en fluit doordringend.)
- HANS. (Heeft den blik afgewend en de oogen gesloten.)
- SATAN. (Reikt hem den mantel.)
- SATAN. (Reikt hem den degen.)
- SATAN. (Reikt ze hem.)
- HANS. (Werpt zijn pen neer, krimpt ontzet ineen, snakkend naar adem.)
- HET SCHERM VALT
- DERDE TAFEREEL
- SNOEK. (Grinnikt.)
- SNOEK. (Binnensmondsch lachje.)
- KASPER. Geen nood, Snoek! (Ze drinken.)
- SNOEK. Kom, laten we daarop eens klinken! (Ze drinken.)
- GAAIKE. (Ziet hem verschrikt aan.)
- GAAIKE. (Schudt angstig ontkennend het hoofd.)
- HANS. (Bukt het hoofd.)
- HANS. (Wendt het gelaat af, vechtend tegen zijn tranen.)
- GAAIKE. (Deinst doodsbleek achteruit.)
- DE VROUWEN. (Gillen of slaan de hand voor den mond.)
- GAAIKE. (Kust haar moeders hand.)
- GAAIKE. (Bergt snikkend haar hoofdje aan Anne-Marie’s boezem.)
- GAAIKE. (Knikt snikkend.)
- HANS. (Komt aarzelend door de fond-deur binnen.)
- GAAIKE. (Bukt het hoofd.)
- GAAIKE. (Knikt met opeengeklemde lippen.)
- GAAIKE. (Springt op en valt Hans snikkend in de armen.)
- HET SCHERM VALT
- VIERDE TAFEREEL
- BOF. (Neemt den balg van de schouw en blaast er mee in den haard.)
- GAAIKE. (Knikt stom.)
- BOF. (Kijkt op, verre van vriendelijk.)
- SNUF. (Fluit veelbeteekenend tusschen de tanden.)
- SNUF. Een charmante vrouw! (Hij stampt de flesch dicht.)
- SNUF. (Grinnikt, neemt zijn guitaar en zingt:)
- SATAN. En zien, of ze haar werk goed doen! (Beiden af.)
- HET SCHERM VALT
- VIJFDE TAFEREEL
- STOFFEL. (Gaat met een fleschje heen.)
- STOFFEL. Gingen ze maar. (Hij drinkt.)
- KASPER. (Wanhopig gebaar.)
- ANNE-MARIE. (Brengt hem haastig een kroes wijn.)
- GAAIKE. (Ziet Hans met groote oogen aan.)
- ALLEN. (Staan daar aan de deur en luisteren in betoovering.)
- HANS. (Komt in zijn klokkeluiderspakje, met gebukt hoofd op.)
- GAAIKE. (Knikt Kerstmannetje door haar tranen toe.)
- VALT HET SCHERM