KERSTMANNETJE.
BOF, zijn dienaar.
HANS, de klokkeluider.
GAAIKE.
SATAN.
SNUF, zijn dienaar.
SATANS-MOER.
DE HELLEWACHTER.
KASPER, Gaaike’s vader, herbergier uit „’t Swaentjen”.
ANNE-MARIE, Gaaike’s moeder.
STOFFEL, }
SNOEK, } vrienden van Kasper.
AAFKE, vriendin van Anne-Marie.
Heksen, bruidsmeisjes, bruiloftsgasten.
Het sprookje speelt zich af in de laatste dagen voor Kerstmis en op den
Kerstavond zelf.
Plaats der handeling: een oud stedeke.
Kleedij: de tijd der staartpruiken.
Aan mijn oudste vriendin.
Kerstmis 1924.