ALLEN. (Staan daar aan de deur en luisteren in betoovering.)

GAAIKE. (Vreugdevol stamelend:) Hans ....!

KERSTMANNETJE. (Duikt achter de toonbank op; zijn gelaat straalt van

vreugde. Hij knikt Gaaike vriendelijk toe, vol heimelijke pret.) Bravo!

Bravo, Gaaike!

GAAIKE. (Ziet hem. Blij verrast, stamelend:) Kerstmannetje ....!

KERSTMANNETJE. (Geheimzinnig met den vinger naar boven duidend:) Hoor

je? Hoor je de klok, Gaaike? Dat is een goede vriend van jou, die daar

de klok luidt! (Fluisterend tot Bof, die nu ook achter de toonbank

opduikt:) Haal hem maar eens hier, dien grappenmaker, Bof, want ik zal

hem zoo meteen noodig hebben. En neem jij dan het luiden van hem over!

BOF. Ik zal hem halen, meester! En ik zal luiden .... luiden! (Hij

loopt achter de anderen om naar buiten.)

KASPER. (Wendt zich om en ontwaart Kerstmannetje. Hij zet groote oogen

op, tast naar zijn hoofd. Stamelend:) Is .... is het nog niet uit?

B-ben jij soms .... Kerstmannetje?

KERSTMANNETJE. (Vriendelijk knikkend:) Die ben ik, Kasper!

(De anderen wenden zich nu ook om, zien verwonderd naar Kerstmannetje,

die hun allen vriendelijk toeknikt, de handen op zijn buikje.)

SNOEK. Wel sapperloot ....! Daar heb je ....!

ANNE-MARIE. Kerstmannetje ....! Dag, Kerstmannetje!

KASPER. Welkom in mijn huis, Kerstmannetje! Gaaike vertelde al ....

KERSTMANNETJE. .... al iets wat jij niet gelooven wilde, Kasper! Vertel

mij eens, waarom je wel aan Satan en niet aan Kerstmannetje geloofde?

KASPER. Ik .... ik geloof wel aan je!

KERSTMANNETJE. Ja, nu ik voor je sta! Jullie menschen vieren Kerstmis

... en gelooven niet aan Kerstmannetje! Schaam je wat! Ik ben gekomen,

Kasper, om het huwelijk van je dochter te zegenen.

KASPER. (Bitter:) Dan ben je te laat!

KERSTMANNETJE. In tegendeel, Kasper, ik ben juist op tijd.

KASPER. De graaf is weg, Kerstmannetje.

KERSTMANNETJE. (Verwonderd:) De graaf ....? Is hier een graaf geweest??

KASPER. Nou ja .... een graaf! Een klokkeluider, die ....

KERSTMANNETJE. .... die wat hem op de wereld het dierbaarst was,

verkoopen wilde voor de liefde van jouw kind, Kasper!

KASPER. Een gewetenlooze klokkeluider, die den duivel in ons stadje

haalde!

KERSTMANNETJE. Dien joeg hij ook weer op de vlucht! (Naar Gaaike ziend,

die met groote oogen vol vertrouwen naar hem opkijkt:) De prijs, die

hem voor oogen stond .... was aanlokkelijk, Kasper!

KASPER. (Half overwonnen:) Ze mag er wezen, mijn Gaaike, dat is waar!

KERSTMANNETJE. Zou jij .... dertig jaar geleden .... geen rare sprongen

hebben gemaakt, Kasper, wanneer het er om ging jouw Anne-Marie naar het

altaar te voeren?

KASPER. (Zucht.) Al had ik er de heele stad voor aan de duivel moeten

verkoopen.

ANNE-MARIE. Schei uit, Kasper ....!

KASPER. Daar wil ik den jongen niet hard om vallen. Maar ik zie niet

in, waarom ik een klokkeluider, die geen veer aan z’n lijf heeft, in

mijn familie zou moeten halen!

KERSTMANNETJE. Oho! Zit zoo de vork in de steel? Dan ben jij er dus de

schuldige aan, dat Hans den duivel hier haalde!

KASPER. (Verbluft:) Ik ....?!

KERSTMANNETJE. Ja zeker! Jij! Jij wou een graaf tot schoonzoon hebben!

En dus was jij het, die dien klokkeluider dwong zijn klok te verkoopen,

wanneer hij van jou je dochter wilde loskrijgen!

KASPER. Wel, alle duivels!

STOFFEL. Stil, Kasper, roep den duivel niet terug! Wees blij, dat hij

weg is!

ANNE-MARIE. (Zuchtend:) De graaf is nou weg .... Dien moet je maar uit

je hoofd zetten. Weet jij een anderen man voor je dochter? Je kunt haar

toch niet met haar bruidssluier en haar uitzet laten zitten tot spot

van alle menschen?

STOFFEL. En denk je, dat het zoo pleizierig is, ongetrouwde dochters

over den vloer te hebben? Ik praat waarachtig niet voor mezelf als ik

je aanraad, dien klokkeluider maar te nemen, want (hij zucht) hij was

altijd nog zoo’n stille hoop voor mijn vrouw ....

ANNE-MARIE. En de muziek is er nu al, Kasper, de taarten en koeken zijn

gebakken ....

KASPER. (Kan er niet meer tegen op. Zuchtend:) Nou, als het dan niet

anders gaat .... vooruit dan maar!

ALLEN. Bravo Kasper! Een ferm besluit!

KERSTMANNETJE. Dan samen op naar de kerk, den klokkeluider tegemoet! Ik

heb mijn dienaar al gestuurd om hem te zeggen .... Wacht! daar is de

gelukkige bruidegom al!

Hans de Klokkeluider · 第 61 / 64 题