GAAIKE. (Bergt snikkend haar hoofdje aan Anne-Marie’s boezem.)

ANNE-MARIE. Bedenk, Gaaike, hoe trotsch en gelukkig je vader zijn zal!

En dat wil je toch wel? He?—Nu, zul je hem dan trouwen?

Hans de Klokkeluider · 第 39 / 64 题