KASPER. Alle duivels, mannen, we zullen vandaag eens zingen, dat de
opera er jaloersch op wordt! (Inschenkend en met den voet stampend:)
Hop, soep en gortebrij, en ik zal jou ’ns pakken! Hier! Neem aan je
kroes, mannen! Leve de zeven dochters van Stoffel! (Zich overtuigend,
dat Stoffel weg is:) Hij zal ze wel nooit kwijt raken, al wordt hij zoo
oud als Methusalem, want de mooiste ervan is nog zoo leelijk als
Isabella van Spanje, en de zachtzinnigste van alle zeven is nog zoo
kijfziek als de vrouw van Socrates. Nou, daar gaan ze, alle zeven! Bijt
er maar op, want ze zijn taai! (Stoffel komt terug.) We drinken juist
op jouw dochters, Stoffel! Daar mag jij niet bij ontbreken! Hier staat
je kroes. Pak aan.
ALLEN. Prosit! Daar gaan ze, Stoffel!