HANS. (Komt in zijn klokkeluiderspakje, met gebukt hoofd op.)

GAAIKE. Hans ....! (Ze snelt op hem toe en valt hem snikkend in de

armen.)

HANS. Gaaike ....! Vergeef mij ....

GAAIKE. Ik was de schuld van alles, Hans!

KERSTMANNETJE. Stil, kinderen, doe je zelf maar geen verwijten. De

duivel heeft met jullie zijn spelletje gespeeld, en iedereen heeft wel

een kant, waar Satan houvast vindt. Hij komt in zijn beminnelijkst

gewaad, maar druk je hem de hand, dan voel je, dat hij duivelsklauwen

heeft. Roep dan om mij, den Kerstman! Zoo ver kan ik niet weg zijn, dat

ik den schreeuw van een vertwijfelde niet hoor. (Zijn gezicht begravend

in grooten, bonten zakdoek, waarin hij energiek snuift:) Jullie voelt

wel: als ik den duivel dwars kan zitten, zal ik het niet laten! Ik kan

jullie verzekeren, goede lieden, dat ik in mijn heele loopbaan van

Kerstmannetje zoo’n mooien dag nog niet beleefd heb!

HANS. Ik dank je, Kerstmannetje, voor Gaaike en mijn klok.

Hans de Klokkeluider · 第 62 / 64 题