ANNE-MARIE. Nu, als wij je nu zeggen: Gaaike, je mag dien graaf niet
voor het hoofd stooten! Het is voor je geluk, dat we willen, dat je met
hem trouwt!
GAAIKE. (Zwak protesteerend:) Ik hou van Hans ....!
ANNE-MARIE. (Sussend gebaar.) Zul je dan alles doen wat wij zeggen,
Gaaike? Zul je dan morgen met hem trouwen?
GAAIKE. (Smeekend:) Moeder ....
ANNE-MARIE. Nu ....?