Hilda van
章节目录
共 35 段- Misschien had zij die woorden toen nauwelijks verstaan, maar
- Half neuriënd holde zij de trappen af, en toen de eerste gas
- Moisette kwam binnen. Een lange, magere, jonge man. Zijn don
- Wat werd er ook weer gegeven vanavond? O, ja, de Favorite en
- „Ik geloof,” zeide Gladys zacht met haar haperend engelsch a
- „Maar Eddy, nou moet je ons nog vertellen van dien mijnheer.
- Toen kwam Corona en zij lachte mij uit tot ik mij schaamde o
- „Eddy, hoe kun je nou toch zoo iets zeggen? Dat is juist de
- Het gaf haar een vreemde bangheid van eenzaam zijn, toen ze
- Hilda schrok een beetje van den beroemden naam.
- „Adieu, lieve, ik vond het erg gezellig dat je vanavond geko
- Een poosje zwegen zij. Marguérite was bij het raam gaan zitt
- Corona zat stil en zag aandachtig naar de gebogen gestalte,
- „Dat wel!” riep Bertha geprikkeld, „want u kunt misschien ge
- „Dat zal zich van zelf wel uitwijzen. Dàar, waar zij den str
- Voor hem was dezen morgen een stralend lichtpunt geweest, wa
- En thuiskomend wierp ze zich moe achterover op haar bed, inz
- „Wie weet of dit niet het geluk voor mij kan zijn; als ik he
- Corona bukte zich en legde het hoofd voorover op de tafel. I
- „Wat doe je hier, ventje?” had ze gezegd.
- Het was een kleine kamer met dat deftige in de glanzend gebo
- Corona was thuis neergevallen in den grooten armstoel bij he
- „Kijk dit is Daisy!”—En vóór Isabelle haar had kunnen volgen
- Zij haalde diep adem, alsof ze haar borst wilde uitzetten om
- Maar toen ineens, voelde ze eigenlijk pas hoe erg het haar h
- En zij had zich verdiept in die toekomst! Moeders, als zij,
- Zij snikte onder de duldelooze wreedheid van machteloos te z
- „Dat zullen ze niet doen! Gelooft u dat ze hier nog zoo acht
- Ze stond op en rekte zich lang uit in een spannen van al haa
- En wat zouden al deze meisjes eens voor hare omgeving beteek
- „Eddy dus ook al, die goeie lobbes van ’n Eddy! Zoo’n jongen
- Zij kleurde, bang om iets kwaads te zeggen, en toch zoo bitt
- „Nou goed, het kan ook wel zijn, dat, als ’t er op aan komt,
- „O, ja! ze wilden eerst maar niet gelooven, dat de boel bij
- „Wat is het toch mooi, ons kindje! Kijk es wat schattig die