zijden vlokjes zich boven die miniatuur oortjes krullen! en daarboven
die blauwe aartjes aan de slapen! Wat ’n grappig gulzig rose mondje! O!
Maarten, het is geen wonder, dat vrouwen doodelijk zijn van zulke
cherubijnenvormpjes, dat het zien van zooveel snoezige hulpeloosheid
haar teeder ontroert! Maar waarom denken toch zoo weinig moeders aan
het geheim van die kleine ziel die daar nog slaapt in zoo’n teer wit
lichaampje! De meesten zijn wel dol op haar babies, vooral als ze nog
zoo heel jong zijn, maar zoo weinigen hebben er nog eerbied voor! En
toch is in elk kindje ’n geheimzinnige godsvlam, die aangebeden moest
worden en ons, moeders, moest vervullen met het grootste ontzag.
Wat zal zoo’n klein schepsel beteekenen voor haar omgeving en haar
tijd? Groot zijn onder de menschen maar heel weinigen, maar ieder kan
in eigen kleine ruimte een licht zijn, ieder, als het hooge in hem
wakker is geworden, kan mee werken aan het eeuwige doel van volmaking,
waaraan gearbeid hebben al de edelsten onder ons! Welk gedeelte van de
reuzentaak zal deze kleine ziel te vervullen hebben? Groot of klein,
wat komt het er op aan? Als ze het maar getrouw vervult. O! zie je,
vanmorgen, heb ik tegen Corona gezegd, toen ze hier even was, die
formule, waar Maggy je altijd zoo plagend mee vervolgde, is misschien
wel deze: vrouwenemancipatie is het ontwaken der vrouw tot waarachtig
geestelijk moederschap! Want alle groote moeders waren de
geëmancipeerden van haar tijd!”
„En vond ze die definitie goed?”
„Nee, ze lachte, en zei dat het te subjectief was, want dat het toch
maar een deel van het heel groote streven uitdrukte.”
„Er is ook geen formule voor te vinden,” zeide Maarten, „omdat de
emancipatie-gedachte te veel omvat, te veel overal ingrijpt, om in haar
geheel in een paar woorden te worden omschreven. Maar toch heb ik er op
m’n eigen houtje wél ’n formuletje voor gevonden.”
„En die is?” vroeg zij gespannen.
„Emancipatie, in de echte, mooie beteekenis, is een zegen, want zij
heeft mijn Hilda gemaakt tot wat ze is.”
Hilda lachte, zacht ontroerd door de warmte waarmee hij het gezegd had.
Toen zaten zij stil naast elkaar, en in een half onbewuste beweging
vouwden zich hare handen om het blanke lichaampje aan haar borst.
En een groote verrukking kwam over haar. Een machtig gebed, zonder naam
en zonder woorden, maar waarin haar sidderende ziel, vrij gemaakt van
de klein menschelijke banden van willen begrijpen en vragen, zich hoog
ophief in jubelende vreugde, vervulde plotseling heel haar wezen. Twee
groote, heldere tranen stegen op in haar oogen, maar ze merkte het
niet; er was maar één bewustzijn in haar: dat ze in dit extatisch
geluksmoment van dankjuichend gebed haar kindje wilde wijden tot het
hoogste, opdat ook dit eenmaal een tipje zou mogen dragen van de
eeuwige Banier, die al de grootsten en edelsten onder ons hebben
gevoerd, de Banier van hooge Gerechtigheid en Liefde.
AANTEEKENINGEN
[1] Michelet. La Sorcière.
[2] Het gebod zegt: gij zult niet echtbreken, maar ik (Jezus Christus)
zeg u: gij zult niet samen leven zonder liefde! Een huwelijk zonder
liefde is verbroken op het oogenblik dat het wordt voltrokken, en
trouwen zonder liefde is echtbreuk. Als gij mijn gebod aanneemt, hoe
zoudt gij het ooit kunnen overtreden? Daar het u alleen datgene gebiedt
te doen, waarnaar uw hart en uwe ziel verlangen. Maar wanneer gij
trouwt zonder liefde, verbindt gij u tegen Gods gebod en wanneer gij
dat huwelijk voltrekt zondigt gij tegen God.
[3] Een menschenpaar dat zich vereenigt zonder eenige dwang, kan dit
alleen uit reine liefde doen; en deze liefde, als er geen storingen
ingrijpen, moet volgens de natuurwet, zonder ophouden voortduren, want
zij is het wederzijdsch elkaar aanvullen, dat voor den man en de vrouw
de bron is van volkomen bevrediging en in hare vruchtbaarheid en in de
liefde aan de kinderen gewijd, vindt zij hare voortdurende beweging en
vernieuwing.
[4] Louis Frank. Catechismus der vrouw.
[5] Die Waffen Nieder. Bertha von Suttner.
[6] La Sorcière. Michelet.
[7] Het is een geconstateerd feit dat dergelijke praktijken voorkomen
bij vrouwen die bedelend met kinderen langs de straten gaan. Zie de
Bode der Heldring-Gestichten.
[8] Olive Schreiner: Dreams.
[9] Arvède Barine. Portraits de femmes.
[10] De beroemde Italiaansche beeldhouwer en goudsmid der 16e eeuw.
[11] Het prachtige beeld dat in Florence in de Loggia dei Lanzi staat.
[12] Mary zal een nieuwe vrouw worden.
[13] Om maar enkelen te noemen, wordt hier herinnerd aan Mahaut,
gravinne van Vlaanderen, die onder de regeering van Louis le hutin mede
uitspraak deed in het proces tegen Robert d’Artois; Yves de Chartres
zegt, in een van zijn brieven, dat hij pleiters naar de gravin van
Champagne heeft gezonden; Paus Innocentius III verklaart dat in
Frankrijk de vrouwelijke Suzereinen allen rechtspraak kunnen
uitoefenen. (Laboulaye.)
[14] De Abdisse van Fontevrault (1100) had de rechtspraak over de
naburige vrouwen- en mannenkloosters. Zij was met de geestelijke,
zoowel als met de wereldlijke macht bekleed, strafte of sprak vrij.
(Chervin. Étude historique sur les professions accessibles aux
femmes.—Leroux de Lincy. Femmes célèbres de l’ancienne France.)
[15] Schopenhauer gaat zelfs zoo ver in zijn vrouwenhaat, dat hij het
vrouwelijk schoon ontkent, dat toch, door alle eeuwen heen, de grootste
kunstenaars heeft geïnspireerd. Zijn beschouwingen over de vrouw
(Parerga und paralipomena) zijn met zulk een verbittering geschreven,
dat hij zich ieder oogenblik tegenspreekt. Het is zeer curieus om na te
gaan hoe zulk een fijn en diep denker, zoodra het de vrouw geldt,
volkomen subjectief wordt en pagina’s vol zonderlinge stellingen
neerschrijft, waarop nog zonderlinger conclusies volgen. Latere
geslachten, wanneer zij deze bladzijden nog eens inkijken, zullen er
veel om glimlachen.
[16] De witte reiger, draagt zijn kostbare pluimveertjes alleen in den
broedtijd. Het is haar bruilofstooi en moederkroon. Als nu de jongen
zijn uitgebroed, zijn de anders zeer schuwe vogels gemakkelijk te
bereiken, omdat zij, in hun wanhopend verlangen om de jongen te
beschermen, het nest bij dreigend gevaar niet verlaten. Zij worden
hierdoor een makkelijke prooi der jagers, die haar, na ze beroofd te
hebben van den prachtigen hoofdtooi, stervend laten liggen, terwijl het
broed omkomt van den honger.
[17] Art. 401. B. W. De vader kan aan de langstlevende moeder een
bijzonderen raadsman toevoegen, zonder wiens toestemming zij geene daad
de voogdij betreffende zal kunnen verrichten enz.
[18] Daar onder het feodale stelsel het landbezit, het leengoed, alles
was, werden als ’t ware de huwelijken niet tusschen personen, maar
tusschen landgoederen gesloten. Nooit is het misbruik van het z.g.
huwelijk uit berekening grooter geweest dan toen. Henri Martin.
Histoire de France.
Abélard en Héloïse, de idéale geliefden der 12de eeuw, ofschoon gehuwd,
loochenden hun echt, omdat zij daarin een vernedering zagen, een keten,
die de vrije vlucht hunner ziel zou beletten. Lettres d’Héloïse.
Legouvé. Histoire morale des Femmes.
[19] Burgerlijk wetboek art. 388. 3de alinea. Die bloedverwanten of
aangehuwden moeten zijn manspersonen, meerderjarig en binnen het
koninkrijk woonachtig.
[20] Deze wet werd gewijzigd bij de wet van 31 Dec. 1896 Staatsbl. no.
259. (Zie verder koninklijk besluit van 27 Maart 1897.) Men zag de
dwaling in en Zondagarbeid in het zuivelbedrijf is thans weer aan
vrouwen toegestaan.
[21] Dankbaar moeten wij hier even aanstippen, dat de huishoudscholen
een zeer grooten stap in de goede richting hebben gedaan, maar wat zijn
nog enkele huishoudscholen in verhouding tot de duizende meisjes, die
geen voldoende opleiding kunnen ontvangen?
[22] Alleen voor de vrouw, die moeder moet worden, is natuurlijk
afzonderlijke bescherming noodig.