Het ivoren
章节目录
共 35 段- Hij voelt den tijd heel dicht komen bij de gebeurtenis die h
- Hij schoof op de tafel de groote zilveren schaal zijwaarts,
- --Ik meen: vreest gij dat hij u kwetst in uwe vriendschap vo
- --Ik vraag u: ga slapen ....
- Hij bezocht families van burgerlijken rang. Overal werd hij
- "Hij (Johan Doxa) kon een groot kunstenaar worden, maar wat
- --Gij kent mij niet, Simon. Ik heb dus tevergeefs al die boe
- Simon Peter beschuldigde niet rechtstreeks pastoor Pezza; hi
- Hij vloekte zonder toorn, zonder stem-opgang. Zijne woorden
- Hij benijdde de rijpheid van Rupert Sörge. Hij benijdde hem
- Sörge wist wel dat dit een phase was van zijne zonderlinge b
- --Marjolene heeft me dat allemaal al lachende verteld, Ruper
- Onder meer liefelijk gesnap deed hij den vreemden heer uitge
- --Ik heb, sprak hij, nog iets bij van blijvende waarde, eene
- Behalve de halfdozijn kelners, die allen uitstekend gestylee
- --Toch niet die onschuldigen zelf?
- --Mijnheer Sörge, zei Vere, heeft beloofd dat hij wel een mi
- Dan, plots, was dat ongeluk gekomen--de zoon van tusschen he
- De hitte van zijne lippen dobberde over hare huid. Zijn mond
- Ze wandelden langs het Thunermeer, schijnbaar met geen ander
- Ernest, die geheel onder den invloed van Sörge, lang vóor Sö
- 't Klonk in een lach op uit een hoek, niet verre van den too
- --Wat, vroeg Lieven Lazare bitter, wat doet u denken dat ik
- --Gij zijt, aaide hij vervoerd, mooier dan de welbekende Sap
- Ernest Verlat zat met mijnheer Delcommune, een rentenierende
- --En, ging Doening voort, toen gaf ik u dat hartje in een
- Ernest blikte naar het vaasje en dan weer naar de uurplaat,
- --Waarlijk! riep ze uit met gewilde luidruchtigheid, ik kan
- Ze spraken niet meer. In het Park, vóor 't grijze gebouw van
- --Gij hebt Francine nog lief. Houd uw mond toch! Denkt ge da
- Dien morgen lag hij te elf uur nog aan het snorken. Het was
- De dokter vertrok. En kort daarop trad pastoor Doening binne
- En ze wilde zich, al hem aankijkend, dankbaar toonen. Ze kee
- Inderdaad. Het was een schoone lente-namiddag. Een lichte go
- Ze hief hare armen en lei ze om Ernest's hals. Ze hield haar