章节目录
共 48 题- HENRI BOREL
- DE GEEST VAN CHINA
- MET EENIGE ILLUSTRATIES
- TIO SIAO HOEN
- INLEIDING
- H. B.
- DE GEEST VAN CHINA
- DE TAAL VAN CHINA
- V. Voor de functies of betrekkingen van een woord is het onverschillig:
- VI. Voor de plaatsing der zin-deelen is het in den regel onverschillig:
- CONFUCIUS
- C B A
- DE TOEKOMST-DROOM VAN CONFUCIUS
- Een mooie illustratie hiervan geeft het volgende: [25]
- MENCIUS
- DE „YIH KING”
- Het eerste triagram
- K’ien
- Kw’oen
- LAO TSZ’ EN DE TAO TEH KING
- Hoofdstuk II. [37]
- 1. Tao is ledig, en (toch) hoe zou Het in zijn actie niet vol zijn?
- 2. O! Hoe afgrond-diep is Het! Het is de Oer-Vader aller dingen.
- 4. O! Hoe stil is het! Het lijkt wel eeuwig te blijven bestaan.
- 4. Is dit niet, omdat hij geen ik heeft?
- 5. En (toch) wordt dan zijn (hoogere) Ik volmaakt.
- 1. De opperste Goedheid is als water.
- 2. Water is goed, doet goed aan alle dingen, en twist niet.
- 3. Het woont in plaatsen, die de menschen verachten.
- 4. Daarom komt het dicht bij Tao.
- 2. Alle bestaan op de wereld is uit Zijn. Alle Zijn is uit Niet-Zijn.
- 1. Het allerzachtste in de wereld overwint het allerhardste.
- 2. Het Niet-Zijn dringt binnen in waar geen opening is.
- 3. Vandaar dat ik het nut weet van Wu Wei.
- 1. Ware woorden zijn niet mooi; mooie woorden zijn niet waar.
- CHUANG TSZ’
- DE VOORVADEREN-DIENST
- CHINEESCHE KUNST
- I. Het Rondgaan van de „Ch’i” doet het Leven bewegen.
- II. De wet der beenderen door middel van het penseel.
- III. Conform aan de dingen (of wezens) de vormen teekenen.
- V. De lijnen distribueeren en hun hiërarchische plaats toebedeelen.
- NABETRACHTING
- Ost-Asiatische Zeitschrift (l’Extrême Oriënt—The Far East.)
- VERTALINGEN
- INHOUD
- ILLUSTRATIES:
- AANTEEKENINGEN