De circulatie van de „ch’i” is het trillen, door het kunstwerk
heen, van den goddelijk-kosmischen Adem, die het kosmische principe, of
juister de beide kosmische principes, die geopenbaard zijn uit het
opperste, raadselachtige, onvatbare en ondenkbare goddelijke
Geest-Wezen, dat met T’ai Ki en Tao vaag aangeduid wordt, doen
„vloeien en bewegen”. De reusachtige, periodieke circulatie van de
„ch’i” doet dien Geest in het Heelal, en dus ook in elk schepsel
en ding van de natuur bewegen. Die eeuwige vervloeiing van den
goddelijk-kosmischen Geest, door middel van de „ch’i” is het
Rythme, waarop alles klopt en ademt.
De schilder—en over ’t algemeen elke kunstenaar—moet dus vóór
alles, door de bewegingen van de vormen heen, dit Rythme openbaren, het
kosmische principe—dat, zooals we uit de „Yih King” weten
eigenlijk twee op mystieke wijze identieke kosmische principes
zijn—dat het door hem geschilderde openbaart. Boven den uiterlijken
schijn, of liever er achter door, moet hij den Zin van ’t Universeele
vatten en uitdrukken.
Alleen zij, die het Genie hebben, kunnen dit. Men wordt er mee geboren,
het wordt niet aangeleerd. De Japansche kunstkenner Kakasu Okakura in
zijn „Ideals of the East” zegt: „In de Zes Wetten van de
Schilderkunst komt het trouwe afbeelden van de natuur pas in de derde
plaats, de éérste is het „Ch’i Yün”, de levende beweging van
den Geest door het Rythme der Dingen. Want kunst is hier de groote
stijl van het Heelal, her- en derwaarts bewegende te midden van die
harmonische wetten der natuur, die Rythme zijn.”
Indien in een kunstwerk „Ch’i Yün” d.i. het „ch’i
circuleert,” dan volgt van zelf dat „Shêng tung” d.i. „het
leven beweegt”. Het eerste slaat dus meer op den geest van den
kunstenaar, en het tweede is daar de uiterlijke realiteit van. De
scheppende geest daalt neder in het kunstwerk en doet er het leven in
bewegen. Een kunstwerk maken wordt hierdoor dus eene magische, mystieke
creatie.
„Ch’i Yün” slaat meer op de ziel, den geest van den schilder, en
„shên tung” (’t leven beweegt) is daar de uiterlijke realiteit
van en slaat op de schildering zelve. De scheppende geest daalt neder
in de pictorale conceptie en doet er het leven in bewegen.