DE „YIH KING”

De „Yih King” of, zooals het door de sinologie vertaald is, het

„Boek der Transformaties” is de basis eigenlijk der gansche

Chineesche filosofie, en ik durf wel zeggen dat al dieper en dieper in

den Geest van China doordringende, men het essentieele wezen er van

eerst vindt in de „Yih King”. De Chineesche autoriteiten op

literair en filosofisch gebied beschouwen het dan ook als de bron,

waaruit alle andere klassieken gevloeid zijn.

Zeer juist noemt Samuel Johnson de „Yih King” het boek, waarin, in

symbolische voorstellingen, in een soort filosofisch Algebra, „de

identiteit van het abstracte met het concrete” wordt gedetermineerd.

Ik kan in dit werk „De Geest van China”, dat eenigszins populair

bedoeld is, althans voor een publiek van niet-sinologen, niet eene fijn

uitgesponnen, geleerde verhandeling over de „Yih King” leveren,

maar wèl kan ik er de hoofdgedachte van aan trachten te geven.

Ik zeide reeds dat de Chineesche wijsbegeerte zich nooit heeft

vermeten, de allerhoogste Godheid te definieeren, of tot een

persoonlijkheid te beperken. In de „Yih King„sche filosofie wordt

dit onbeschrijfelijke, ondenkbare, voor het menschelijk begrip

onbenaderbare goddelijke „primum mobile” principe aangeduid met de

karakters „T’ai Kie”, waarvan „Tai” beteekent: „groot, en

grootsch” en „Kie” „uiterste, het uiterste van”. Alzoo:

„het Groote Uiterste”. Het is ook wel vertaald met „het Groote

Absolute”, maar ik zal liever de Chineesche term „T’ai Kie”

behouden, en daarbij denken aan zooiets als een abstract principe als

Monade, de primordiale oorzaak van al het geopenbaarde, het uiterste

dat het menschelijk denken kan bevatten.

Dit wordt, evenals in andere filosofische systemen, wel eens symbolisch

voorgesteld door een cirkel, leeg van binnen.

Wij zouden dit „T’ai Kie” dus ons kunnen denken als het

Ongeopenbaarde, zéér veel overeenkomst hebbende met het Tao van Lao

Tsz’. Door dit T’ai Kie, symbolisch voorgesteld door een’ cirkel,

werden twee oer-principes in en uit zich gevormd, in de „Yih King”

gesymboliseerd door een rechte geheele lijn en een rechte gebroken

lijn. Op de volgende wijze is dit gesymboliseerd, in een commentaar van

een mijner edities der „Yih King”.

------

FIGURE

------

Met lette hierbij vooral op dat beide, èn de geheele lijn, èn de

gebroken lijn, door en uit de „T’ai Kie” zijn gevormd. De

mystieke principes nu, voorgesteld door deze geheele en deze gebroken

lijn, zijn, volgens de „Yih King” de principes van als het

Geopenbaarde. In de „Yih King” zelve werden oorspronkelijk deze

termen niet gebruikt, maar de latere filosofen noemden het eerste, de

gehééle lijn, het principe „Yang”, het tweede, de gebroken lijn,

het principe „Yin”. Het eerste ook wel genaamd het principe van

Licht, van Beweging, van ’t Mannelijke, het tweede dat van Duister,

van Rust, van ’t Vrouwelijke.

Deze twee principes ———— en ——  —— combineerden zich,

van diagram, in een groep van (op een rythmus van) telkens drie tot de

z.g. acht (= 23) „kwa”, waarvan iedere „kwa” alzoo een drietal

is, in de volgende triagrammen voorgesteld:

1 2 3 4 5 6 7 8

☰ ☱ ☲ ☳ ☴ ☵ ☶ ☷

Zooals men ziet zijn deze triagram-figuren, alternatief bestaande uit

heele en gebroken lijnen, terug te brengen tot vier oorspronkelijke

symbolen:

⚌ ⚍ ⚎ ⚏

en deze weer tot twéé

⚊ ⚋

die voorstellen de allereerste divisie of ontwikkeling van Yin en Yang

uit en ook in de Eénheid T’ai Kie. Uit deze twee, deze vier, en ten

slotte de acht triagrammen zijn weer 64 hexagrammen ontstaan, waarvan

ik er hier twee als voorbeeld aangeef:

䷀ ䷻

Een zesvoudige vermenigvuldiging geeft weer 384 anderen, en door

verdere processen van vermenigvuldiging is eene serie van tot op

16777216 (= 224) door geleerden berekend, die natuurlijk weer voor

expansie tot in ’t oneindige vatbaar is. Maar—de hoofdzaak van

alles—die gansche, het verstand tartende Veelheid is toch terug te

brengen tot de absolute in-zich-zelf terugkeerende Eenheid, en alle

verscheidenheden zijn dus op mystieke wijze identiek.

De triagrammen worden verondersteld te zijn ontwikkeld door den

legendarischen keizer Fuh Hi (2852–2738 v. C.), en de eerste

verklarende studiën der dia- en triagrammen door hertog Wen, later

gecanoniseerd als koning Wên, stichter der Chow dynastie (1231–1135

v. C.).

Een onophoudelijk proces van evolutie en revolutie is voortdurend aan

het werk, in den loop waarvan de verschillende oer-elementen of

elementaire krachten der natuur, door de dia- en triagrammen aangeduid,

elkaar wederkeerig uitdooven en doen geboren worden, en zóó de

phenomena van ’t bestaan voortbrengen. Want op deze primitieve, maar

diepzinnige manier trachtte deze Chineesche bespiegeling het stoute

stuk uit te voeren—in geen enkel ander filosofisch systeem

bekend—om de rythmische openbaring van het Goddelijke („T’ai

Kie”) in het Heelal tot in haar oer-elementen en principes na te

vorschen. Ik kan mij, in de beperkte ruimte van dit hoofdstuk, niet

begeven in het op den voet volgen van deze acht „kwa” en hun

vermeerdering tot vier en zestig dubbele „kwa” (hexagrammen dus,

van zes elk), maar wil vooral de aandacht blijven vestigen daarop, dat

zij allen gevormd zijn uit de oorspronkelijke geheele lijn ————

en de gebroken lijn ——  —— en dat deze beide geproduceerd

werden door en uit het „T’ai Kie”. Het schijnbare dualisme van de

geheele en de gebroken grondlijnen der „kwa”, van ’t principe

„Yang” dus en ’t principe „Yin” berust dus—dit onthoude men

wel—op een Eénheid. (Men denke hier ook aan de „Eenheid” van

Confucius). [32]

Het geheele geopenbaarde Heelal bestaat uit verbindingen, in eindelooze

combinaties en permutaties van deze „kwa”, uit verbindingen alzoo

van die mysterieuze oer-principes, symbolisch voorgesteld door de

geheele lijn ———— en de gebroken ——  ——, maar—ik

kan hier nooit genoeg op wijzen—die beide zijn uit Eén, het T’ai

Kie geopenbaard, en dus eigenlijk op geheimzinnige wijze identiek. De

geheele constitutie van de Natuur en ook van den mensch ligt in

essentie in deze twee symbolen van gehéélheid en van verdeeling.

Het gansche Heelal is eene ontwikkeling, een evolutie, in steeds

wisselende „transformaties”, van alle wezens en dingen uit de

oer-elementen „Yang” en „Yin”, totdat ééns, als de adem, die

deze wisselingen bezielt, ophoudt, alles weer tot het oneindige,

onbegrijpelijke, onuitsprekelijke „T’ai Kie” terug is gekeerd,

aan het einde dezer cyclische evolutie.

De Geest van China · 第 16 / 48 题