V. Voor de functies of betrekkingen van een woord is het onverschillig:

a. Of een woord in ’t begin van een zin staat, dan wel of het

wordt voorafgegaan door een absoluut staand zin-deel, een

conjunctie, een bijwoord, of een tusschenwerpsel.

b. Of het aan ’t eind aan een zin staat, of dat het wordt gevolgd

door een slotpartikel, een conjunctie, een bijwoord of een

tusschenwerpsel.

De Geest van China · 第 9 / 48 题