De goudzoekers
章节目录
共 23 段- Nadat door Tributor eene hoeveelheid hout was bijeengebracht
- —Maak jij dan daarmee een begin, waarde vriend, en vertel mi
- —Volkomen, Montbars.
- Montbars trad binnen, en don Fernando stond haastig op om he
- Toch was nog buitendien de positie van den jongen man uiters
- —Toch niet! Eene liefde zonder hoop sterft ten laatste uit,
- —Loop naar den drommel, lastige kerel!—bromde Philippe die i
- —Tracht te zien of dit zoo is, vriendlief, en mocht het zoo
- —Nooit; ook dient Maracaïbo, als het ware, tot stapelplaats
- —Te dien opzichte behoeft ge geen zorg te hebben, dit verzek
- Montbars werd met de uiterste hoffelijkheid door den heer d’
- —Daarvoor betuig ik je mijn dank,—gaf de jonge man met eene
- Twee hutten in den achtersteven aan bakboordszij, niet ver v
- —Mijn rapport kan kort zijn, Admiraal,—gaf Morgan ten antwoo
- —Gij zelve zult daarover moeten oordeelen, señorita; niemand
- Thans verlieten zij ook op hun beurt de cabildo, en liepen m
- De vrijbuiters hadden het Houtduifeiland bemachtigd, en de t
- —Dat weet ik drommels goed, evengoed als jij, wij zullen hen
- Gerustgesteld door die redeneering, nam donna Juana de vlag,
- Montbars gaf dus order te vertrekken; doch eer men onder zei
- Een zijner eerste maatregelen bestond hierin dat hij voorzor
- Doch ook die triomf was nog niet voldoende voor den Admiraal
- De heer d’Ogeron bracht den jongen graaf de Barmont, don Gus