het hof, om hem voor te stellen aan hem, dien men toen reeds begon te
noemen den Grooten Koning.
Ondanks hunne voornemens om zich uit het woelige krijgsleven terug te
trekken, ondanks al hunne plannen om in stilte hun geluk te genieten,
zullen wij onze personen nog eens ontmoeten [18] onder die geduchte
flibustiers van Tortue om hen opnieuw en onverbiddelijk te zien
strijden tegen de Spanjaarden; want de toekomst behoort aan God, die in
Zijne onbegrijpelijke en ondoorgrondelijke wijsheid, naar Zijn
welbehagen over der menschen lotgevallen beschikt.
AANTEEKENINGEN
[1] Zie de Zeeschuimers, bij dezelfde Uitgevers de Erven J. L.
Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[2] Zie het vorige deel „de Zeeschuimers” bij dezelfde Uitgevers de
Erven J. L. Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[3] Ongeveer vier en twintig honderd gulden.
[4] Tributor,—zoo iets als tolheffer.
[5] Ongeveer vier maal honderd duizend gulden.
[6] Zie „de Zeeschuimers” bij dezelfde Uitgevers de Erven J. L.
Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[7] Zie „de Zeeschuimers” bij dezelfde uitgevers, de Erven J. L.
Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[8] Zie „de Boekaniers” en „de Zeeschuimers” bij dezelfde uitgevers de
Erven J. L. Nierstrasz, te ’s Gravenhage.
[9] Zie de „Boekaniers” bij dezelfde uitgevers de Erven J. L.
Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[10] Zie het volgende deel dezer Serie: „De Hacienda del Rayo”, bij
dezelfde Uitgevers de Erven J. L. Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[11] Zie „de Boekaniers” bij dezelfde Uitgevers de Erven J. L.
Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[12] Historisch.
[13] Het verhaal van dit gevecht is streng historisch.
Gustave Aimard.
[14] Historisch.
[15] Zie het volgende deel dezer Serie: „De Hacienda del Rayo”, bij
dezelfde Uitgevers de Erven J. L. Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[16] Zie het volgende deel dezer Serie „de Hacienda del Rayo”, bij
dezelfde Uitgevers de Erven J. L. Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[17] Zie „de Boekaniers” bij dezelfde Uitgevers de Erven J. L.
Nierstrasz, ’s Gravenhage.
[18] Zie het volgende deel dezer serie „de Hacienda del Rayo” bij
dezelfde uitgevers de Erven J. L. Nierstrasz, ’s Gravenhage.