Het leven
章节目录
共 23 段- Mijn vriend, de zoon van den kapitein, die mij vroeger gehol
- Ik bedacht mij echter, dat misschien zijne huid ons van eeni
- Denzelfden dag, dat ik aan boord kwam, gingen wij onder zeil
- Ik kwam gelijk te voren aan boord, en maakte een vlot, doch
- Ik ben van het menschdom Maar ik ben niet verhongerd
- Niet twijfelende, dat de Voorzienigheid dit aldus voor mij b
- 28 Junij. Een weinig verfrischt door den slaap, en geheel zo
- Ik heb reeds gezegd, dat ik de weinige airen graan en rijst,
- Maar eerst moest ik meer land toebereiden, want ik had nu za
- Zoo geheel was ik buiten het bezit van al wat goed was, of v
- In deze gemoedsgesteldheid bleef ik bijkans een jaar, een ze
- Te midden van al deze vrees, vermoedens en nagedachten kwam
- Deze bedenkingen bragten mij tot beter inzien, en ik begon v
- Dikwijls zag ik er dien dag naar uit, en bemerkte spoedig, d
- Nadat mij dit twee uren of langer het hoofd zoo op hol had g
- Zoodra hij van zijne eerste verbazing wat bekomen was, gelas
- Toen wij op zekeren dag weder op dienzelfden heuvel waren, m
- Ik hield mijn geweer nog in de hand, maar zonder vuur te gev
- Nu ik voor al de gasten, die ik verwachtte, genoeg te eten h
- Toen eindelijk al hun seinen en schieten vruchteloos bleef,
- De stuurman riep om hulp doch drong te gelijk de kajuit binn
- Wijders was er een brief van mijn compagnon, die mij harteli
- Toen keerde de knaap zich naar ons toe, en toen hij zag dat