708. Zo gauw zag hij ze niet weer, of zijn smeulende liefde ontvlamde
dadelik.
721. _began_, praes.? (vgl. plagh, 94, A.) Mnederl. begonnen, [64]
begonde (begonste) naast beginnen, began (begon). Beide vormen
lopen door een. Mogelik is dat _begonnen_ later is beschouwd als
een verbum gelijk _connen_ (praes. _can_) [65] en derhalve _began_,
praes.; _begonste_, praet.--Naast inf. _begonnen_ bleef _beginnen_
(vgl. de dooréenmenging in de spreektaal van kennen (kent) en kunnen
(kan). Ook bij de voorgestelde etymologie (Kluge, Franck-Van Wijck,
Etym. Wrdbn.) is een praes. _began_ wel te verklaren.