706. _En_ (zij) _scheen_, vgl. Vondels Taal, II, § 227, d.

708. Zo gauw zag hij ze niet weer, of zijn smeulende liefde ontvlamde

dadelik.

721. _began_, praes.? (vgl. plagh, 94, A.) Mnederl. begonnen, [64]

begonde (begonste) naast beginnen, began (begon). Beide vormen

lopen door een. Mogelik is dat _begonnen_ later is beschouwd als

een verbum gelijk _connen_ (praes. _can_) [65] en derhalve _began_,

praes.; _begonste_, praet.--Naast inf. _begonnen_ bleef _beginnen_

(vgl. de dooréenmenging in de spreektaal van kennen (kent) en kunnen

(kan). Ook bij de voorgestelde etymologie (Kluge, Franck-Van Wijck,

Etym. Wrdbn.) is een praes. _began_ wel te verklaren.

Spaens Heydinnetie · 第 45 / 59 题