688. ik weet niet (door) hoe een sloor, (hoe) een herderin.

692. _Gode_, dat., zonder meer, slaat op Jupijn (677). Andreas

is Christen, en Heiden tegelijk: gewoon verschijnsel in de

Renaissance-literatuur.

693. _het groote licht_, de zon, nog in gewestelike taal, in bepaalde

frases ("gaat ons verlaten, is weg") de gewone aanduiding.

Spaens Heydinnetie · 第 44 / 59 题