105. Vgl. 1773. Zie genoemd boekje p. 187. Die "linie word genaamt
de linie des levens ... in 't Latijn _Linea vite_ of _cordis_, en
dese linie vanget aan bij de middel-linien dwars in de hand; (en)
tusschen de Duyme en de Wijser (wijsvinger) omgaat (zij) den Berg
des Duims ende gaet op dat gelijke der hant" (bij de pols).
121. Het zal wezen--zo gelooft men algemeen--zoals zij 't uit hand
en vingers leest.
122. _haer laegen naem_, de oudere vorm _-en_ bewaard, om de volgende
_n_ van _naem_? Vgl., ook voor de _h-_: ons vryen hals, Vondel,
Eneas Vertaling, III, 80. Vgl. (?) Van Helten, Vondels Taal, § 85,
add. blz. 173.
139. Al wat zij meedeelt is nevelachtig en schemerig, voor dubbele
uitleg vatbaar; nooit spreekt zij ronduit; vgl.: "tyt hier noyt te
werck, als met bedagte reden Spreeck niet als door een wolck, maer
klaer en uyt de mont."
144. _Lucht_, uitspansel, zoals in Saksiese en Friese dialecten;
vgl. Frank-Van Wijck, Etym. Wdb.
151. Met _breyn_ meer gedoeld op het zinnelike; met _geest_ op het
onstoffelike. Vgl.: met hart en ziel--Vgl. nog: (het beelt van de man)
"dat maelt haer in het breyn; en speelt haer om de ziel"--"Een gunstige
inval, die syn geminde eens schielyck in het breyn viel."
_Breyn_ ook de gedachten, vgl. 1578; zie _hersens_. In "De
bekendmakingen" (etc., 1711, p. 77) van K. Najer, leest men: "het
soete en suyvere bloed werd door bewerking van _Hart_ en _Long_, het
alderfijnste, levendigste, en geestigste afgesondert, het welke uyt
zijn eygen doorlugtigheyd, allengskens na boven trekt, en sig op de
beste plaats, in het midden van het Paleys, de _Herssens_ op den Troon
steld... Dese geesten dan, doen allengskens de Herssens vervullen,
totdat eyndlyck deselve door de grote toevloed overlopen en geperst
werden, door het binnenste sponsagtige der senuwen, soetjes sagtjes
heen te wandelen."--Vgl. 1070.
152. _gevat_ (passivum) vgl. vs. 376, activum; vgl. "bevaen
met minnen" in 't Mned. Wdb. Over 'met' = door, Delbrück,
Abl. Loc. Instrum. im... Deutschen, S. 51.
164. _Onverlet_, on + verlet, van _verletten_,
vgl. Kil. verletten, omittere, praetermittere: Et impedire,
interpellare, et differre, procrastinare.--Vgl. "De buerte
spreeckt 'er van; en desen onvermindert. Men weet niet waer het
schort..."--Vgl. unbeschadet, Sanders, Deut. Wörterb.--Zie soortgelijke
in Tijdschr. Nederl. Letterk. II, 196, vv.--V, 207, 213: onghescaet
sire virtuut, Nat. Bl. XII, 224.--Noord & Zuid VIII, 353.