_Gaarne in het bezit of genot van iets komen._
~Begeeren~ zegt, dat men naar dat bezit of genot vrij sterk streeft:
_Gij zult niet ~begeeren~ uws naasten huis_[1]. ~Verlangen~ heeft de
bijgedachte, dat iets nog ver is, en dus op dit oogenblik nog niet
vervuld kan worden (_langen_ is: naar iets reiken): _hij ~verlangt~
er nu reeds naar, om naar 't vaderland terug te keeren_. (Zie ook een
andere beteekenis in no. 183.) ~Wenschen~ is: iets gaarne willen hebben,
zonder te weten of de vervulling wel mogelijk is: _hij ~wenscht~ in
het vaderland te sterven_. ~Smachten~ is zeer sterk verlangen, zoodat
het min of meer onaangenaam valt, evenals iemand, die naar water
smacht: _Zij ~smachten~ naar het uur, waarop zij henensnellen_ (Tollens:
Nova-Zembla); vandaar ook: _~smachten~ van ~verlangen~_. ~Haken~ is een
sterk verlangen om iets naar zich toe te halen, als met een haak: _hij
~haakt~ naar eer en roem_. ~Reikhalzen~ is een min of meer _ongeduldig_
sterk verlangen; het wachten valt bijna te lang (men rekt den hals uit
om iets eerder te kunnen genieten): _hij ziet ~reikhalzend~ naar uw
komst uit_.
[1] ~Geeren~ is: op één punt uitloopen, hier ons streven.