_In het bezit van veel geld of goed zijnde._
~Bemiddeld~ beteekent: van vele middelen voorzien, om een gemakkelijk
leven te kunnen leiden. ~Gegoed~ wil zeggen: _veel goed bezittende_
(nl. roerende en onroerende goederen), zoodat men meer bezit, dan men
noodig heeft; het is dus sterker dan bemiddeld. ~Welgesteld~ is hij,
die zooveel bezit, dat hij wèl (ruim) kan leven (hij is wèl gesteld =
goed geplaatst in de maatschappij); het is nog iets sterker dan gegoed.
~Rijk~ is: een grooten overvloed van iets bezittende, ook fig.: _een
~rijke~ oogst, ~rijk~ aan verstand_. ~Vermogend~ zegt, dat men een
groot vermogen (kapitaal) bezit. (Het kan ook beteekenen _veel invloed
uitoefenende_, doch dan is 't afgeleid van _vermogen_ = _kunnen_: _een
~veelvermogend~ minister_.)