230. Bijdragen--helpen--bevorderen.

_Meewerken, dat iets zijn doel nader komt._

~Bevorderen~ heeft de bijgedachte, dat de medewerking geschiedt om het

doel zoo spoedig of volkomen mogelijk te bereiken (vorderen = verder

gaan). ~Helpen~ is meer zijn kracht met die van een ander vereenigen;

op den uitslag wordt niet zoo zeer gelet. ~Bijdragen~ beteekent bij de

reeds gebruikte middelen nog een ander voegen: _»Op alle wijzen moest

dus de vorst de studie der rechtswetenschap ~bevorderen~." Matigheid

~bevordert~ de gezondheid. Ik zal u gaarne bij dat werk ~helpen~. »De

partijschap doofde allengs uit, waartoe de nieuwe regeeringsvorm niet

weinig ~bijdroeg~."_

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 249 / 279 题