223. Afnemen--vervallen--verminderen.

_Kleiner worden._

~Verminderen~ ziet op het kleiner worden van omvang of grootte,

vergeleken bij een _vroegeren_ toestand en heeft meer bepaald op één

geval betrekking: _Door den brand is zijn rijkdom ~verminderd~._

~Afnemen~ is het langzaam minder worden en stelt vooral dat minder

worden _op dit oogenblik_ op den voorgrond: _zijn aanzien ~neemt af~_.

~Vervallen~ is: de vroegere kracht of beteekenis verliezen, zoodat de

ondergang onvermijdelijk wordt: _~Verval~ van krachten; een ~vervallen~

grootheid._

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 242 / 279 题