_Kleiner worden._
~Verminderen~ ziet op het kleiner worden van omvang of grootte,
vergeleken bij een _vroegeren_ toestand en heeft meer bepaald op één
geval betrekking: _Door den brand is zijn rijkdom ~verminderd~._
~Afnemen~ is het langzaam minder worden en stelt vooral dat minder
worden _op dit oogenblik_ op den voorgrond: _zijn aanzien ~neemt af~_.
~Vervallen~ is: de vroegere kracht of beteekenis verliezen, zoodat de
ondergang onvermijdelijk wordt: _~Verval~ van krachten; een ~vervallen~
grootheid._