221. Uitleggen--verklaren--verduidelijken--uiteenzetten.

_De beteekenis van iets, dat onduidelijk is, volkomen duidelijk maken._

~Uitleggen~ is: de beteekenis in woorden aangeven: _droomen ~uitleggen~;

een tekst ~uitleggen~_ (als 't ware de deelen uiteen-leggen en ze goed

bekijken); ~verklaren~ is: wat niet helder of klaar is en dus moeilijk

begrepen kan worden, duidelijk maken: _Het ontstaan van dag en nacht

~verklaren~. Den oorlog ~verklaren~_ (= de redenen duidelijk maken).

~Verduidelijken~ zegt meer, dat iets al wel duidelijk is, maar dat men

het toch nog duidelijker wil maken: _Een voordracht door lichtbeelden,

een beschrijving door afbeeldingen ~verduidelijken~._--

~Uiteenzetten~ is: de deelen van een ingewikkelde zaak, te groot

om voor 't eerst in ééns te worden overzien, uit elkaar zetten en den

onderlingen samenhang verklaren, zoodat men een juist begrip van het

geheel verkrijgt; letterlijk: _een stoommachine ~uiteenzetten~_; fig.:

_de beteekenis van een historisch feit ~uiteenzetten~_ (= de oorzaken

aangeven, andere er mee in verband staande feiten noemen, de gevolgen

opsommen, enz.).

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 240 / 279 题