217. Oud--bejaard--bedaagd--afgeleefd.

_Reeds lang bestaan hebbende._

~Bejaard~ en ~bedaagd~ worden alleen van menschen gezegd; ~oud~ en

~afgeleefd~ ook van dieren, en ~oud~ óók van dingen. ~Oud~ drukt dan ook

het genoemde begrip het algemeenst uit; ~bejaard~ is niet zoo sterk als

~bedaagd~[1], terwijl ~afgeleefd~ meer doet denken aan groote uitputting

(niet altijd echter door ouderdom).--

[1] Ik vermoed, omdat een oud mensch reeds de _dagen_ gaat tellen, in

plaats van de _jaren_.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 236 / 279 题