216. Versagen--wanhopen--vertwijfelen.

_Alle hoop opgeven._

~Versagen~ is: zijn hoop in moeilijke omstandigheden verliezen door

gebrek aan moed en daardoor het begeerde doel laten varen: _Komt,

mannen, niet ~versaagd~, den vijand aangevallen!_--~Wanhopen~ is:

geen of weinig hoop meer hebben op een goeden uitslag, niet door

gebrek aan moed, maar door tegenwerking: _Ik ~wanhoop~ aan den goeden

afloop._--~Vertwijfelen~ is veel sterker; het heeft de bijgedachte: door

het ongeluk als gebroken zijn, verward en zonder overleg handelen en

zich zelf in het gevaar storten, daar men zich geheel verloren waant.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 235 / 279 题