_De voortreffelijke eigenschappen van iets of iemand opnoemen._
~Prijzen~ zegt, dat dit in woorden geschiedt en als gevolg van groote
tevredenheid: _hij ~prijst~ zijn knecht altijd_. ~Aanprijzen~ heeft het
bijdenkbeeld, dat men den hoorder gunstig wil stemmen om hem tot koopen
of aannemen aan te sporen. _Zijn waren ~aanprijzen~._
~Aanbevelen~ heeft de bijgedachte, dat men voor de aanbeveling zich op
eigen ondervinding of inzicht mag beroepen, en zich eenigszins borg
stelt: _Een onderwijzer ~aanbevelen~.--Een plan ~aanbevelen~._
(In de uitdrukking: _~Prijs~ den Heer!_ is _prijzen_ meer: _lofzingen_;
en _aanbevelen_ kan ook beteekenen: iemands gunst of zorgen inroepen:
_Ik ~beveel~ mijn zoon in uw hoede ~aan~._)